‘Misschien hebben wij allebei wel ADHD, we hebben het altijd zó druk!’ grapt Mona tegen Alfred. ‘En we vinden het heerlijk.’ Mona Gozalnia (43) en Alfred Heijkoop (56) zijn de vrijwillig beheerders van Huis van de Wijk Schenkel/De Wel. Met hart en ziel. Beiden werken (bijna) voltijd, maar zijn vaak in het buurthuis aan de Bongerd 2A te vinden. Alfred: ‘Het is voor ons allebei een leuke, uit de kluiten gegroeide hobby.’
Geboren en getogen Capellenaar Alfred woont vanaf zijn zesde in Schenkel. Met veel plezier. Mona, afkomstig uit Iran, woont er sinds 2008: ‘Ik vind het hier geweldig. Al verandert het de laatste jaren wel, het heeft iets van een dorp. Het is rustig, gezellig.’
De Schenkelse buurten hebben verschillende sferen, vinden ze: ‘De Molenbuurt is wat meer gesloten, terwijl de Florabuurt wat opener is, met meer leven op straat. Ook is de sfeer daar door al het groen weer anders. De buurtsuper daar is ook heel gemoedelijk, en je ziet er altijd wel een bekende.’
WOP
Bijna 25 jaar geleden besloot Alfred bij het Wijkoverlegplatform (WOP) Schenkel te gaan. Hij zag wel wat verbeterpunten in zijn wijk. ‘Alleen klagen over dingen is niks voor mij. Dán moet je je er ook voor inzetten, vind ik.’ In de begintijd van het WOP kwamen bewoners vooral met kleinere klachten, bijvoorbeeld over scheve stoeptegels. Later pakte het WOP veel grotere dingen op. Alfred: ‘We hebben onder andere een hondenspeelveld laten aanleggen en een pannakooiveld voor de kinderen, en gezorgd voor de aanleg van een veilig fietspad langs de Kralingseweg.’ Voor de jeugd kwamen er speelvelden aan de Wingerd en de Violierstraat.
Een jaar of tien terug kwam wethouder Ans Hartnagel naar het WOP met de vraag of zij buurtcentrum De Wel konden overnemen. Spanningen tussen het toenmalige bestuur, de gemeente en de vrijwilligers van De Wel waren zó hoog opgelopen, dat ze zei: ‘Als jullie het niet doen, gaat De Wel dicht.’
De Wel vernieuwd
Hun wijk zonder buurthuis, dát kon het bestuur van het Wijkoverlegplatform niet over hun hart verkrijgen. Ze veranderden de opzet van De Wel flink. Gelukkig besloot een grote groep vrijwilligers te blijven. Mona was daar een van. Lachend: ‘Ik ben er begonnen als barmedewerker. En nu ben ik ook beheerder, vrijwilligerscoördinator, kok en activiteitenorganisator.’ Alfred: ‘Samen hebben de vrijwilligers en het WOP het buurthuis opnieuw opgebouwd. Er is van alles te doen voor bewoners, en het loopt goed.’
Alfred is ook vraagbaak voor veel Schenkelnaren en helpt bijvoorbeeld bij inschrijvingen in de gemeente of bij het aanvragen van een uitkering. ‘Dat is best ingewikkeld, in sommige gevallen. Maar ik vind het wel een uitdaging om dan toch dingen voor elkaar te krijgen. Het is jammer dat een gemeente of welzijnsorganisatie de regels soms zó strak inzetten dat mensen wel eens tussen wal en schip vallen.’
Samen
De begintijd van de vernieuwde De Wel was een lastige periode in Mona’s leven. Daarom had ze hulp gevraagd aan Novita, toen buurtcoach bij Welzijn Capelle. Daarna stelde Novita voor dat Alfred Mona misschien verder kon helpen. Mona: ‘Alfred kwam toen regelmatig bij mij thuis, waardoor we elkaar steeds beter leerden kennen. Geleidelijk aan ontstond er iets tussen ons, wat de liefde van mijn leven is geworden. Inmiddels zijn we alweer zeven jaar samen!’
Met twee kinderen elk (van 27, 23, 20 en 16 jaar) vormen ze een warm, gezellig en druk gezin. Mona: ‘Tussen onze vier kinderen klikt het goed. De twee oudsten zijn al uit huis, maar komen in de weekenden vaak langs, ook wel met hun partner. Dan kijken we film met elkaar, of gaan we barbecueën in de tuin.’
Werk en thuis
In hun huis aan het water in de Molenbuurt genieten ze van de rust en wandelen ze vaak in het vlakbij gelegen Schollebos. Elke dag begint goed: dan brengt Alfred Mona thee op bed. Mona heeft een drukke baan van 32 uur in de zorg, IT-manager Alfred werkt voltijds bij KPN. Hij werkt veel thuis. Ook De Wel is wel eens zijn thuiswerkkantoor. ‘Dan kan ik tussendoor nog wel ’s bijspringen met iets. Dat is het voordeel van thuiswerken.’
Stilzitten is niet Alfreds ding, behalve als hij leest. Dan verdwijnt hij in zijn boek. Maar tussen de dagelijkse bedrijven door is hij vaak in de wijk te vinden. ‘Ik probeer een uurtje per dag te wandelen, en elke week te zwemmen. Ook naar De Wel of de Jumbo ga ik lopend. Ik heb zittend werk, en altijd veel te doen. Als je daaraan toegeeft, kom je niet achter je bureau vandaan! Bovendien: buiten doe ik tien keer zoveel ideeën op.’
De kleine prins
Mona, ook graag druk, kan ietsje beter stilzitten. Thuis kijkt ze graag films en luistert ze naar podcasts over reizen, historie of cultuur. En zeker een keer per maand is het tijd voor haar lievelingsboek van Saint-Exupéry, De kleine prins. ‘Ik ben gek op dat boek, het geeft me herreringen aan mijn jeugd. Dus dat herlees ik heel graag, ook in het Iraans. Of ik luister naar het luisterboek.’
Op de vraag hoe ze zichzelf zouden omschrijven, valt het even stil. Dan zegt Mona: ‘Alfred is heel lief. Hij kan ook niet zo goed nee zeggen. En ik… ik geloof dat ik wel zorgzaam ben. Als ik ’s avonds naar bed ga en ik heb iemand kunnen helpen, voel ik me blij.’
Samenwerken
Met zijn WOP-collega’s heeft Alfred een uitstekende band. ‘Met Luuk Schipper werk ik al jaren samen. Ook met Wim Stout heb ik dat gedaan, maar helaas is hij een aantal jaren overleden. Wim was zó’n ideeëngenerator! Hij en zijn vrouw Lydia hebben Super Schenkel Dag bedacht.’ Ook met Robert-Jan Bruins, de eigenaar van supermarkt Jumbo, werken de beheerders van De Wel veel en graag samen: ‘Robert-Jan is ontzettend betrokken bij de wijk.’ Ook met het vrijwilligersteam van De Wel is de samenwerking fijn.
Met elkaar zorgt dat vrijwilligersteam voor een gevarieerd activiteitenprogramma voor de buurt: elke maand is er het Wijkcafé; en een keer per kwartaal is het Ouderendag. Op zo’n dag is er van alles te doen voor senioren: film, knutselen, dans… Bij mooi weer is er zelfs een terrasje. Iedere maandag- en vrijdagmiddag is er biljarten. Op vrijdagmiddagen wordt er door de dames gesjoeld, en op de eerste vrijdag van de maand is er een bewonerslunch.
Wijkcafé
Alfred: ‘Het Wijkcafé is ontstaan toen iemand opmerkte dat er in Schenkel nergens meer een plek was om een biertje te drinken. Nu is er iedere laatste vrijdag van de maand ’s avonds het wijkcafé, met daarna samen eten. Daar ontstaan er vaak leuke contacten door.’ Meestal eten er wel 30 à 40 mensen mee. Mona: ‘Eén keer hadden we 85 eters. Dat was echt volle bak! Toen ze we snel naar de Jumbo gerend voor extra boodschappen.’
Na elk Wijkcafé koken Mona en haar vriendin Mitra een heerlijk driegangenmenu. Dat kost niets, en drankjes zijn maar een euro. Mona: ‘’s Woensdags bedenken we altijd het menu, met ook halal en vegetarische opties; donderdags doen we de boodschappen; en vrijdags staan we de hele dag in de keuken.’ De bedoeling van het samen eten was om meer saamhorigheid in de wijk te creëren. Mona: ‘En dat lukt. Er komen ook nog steeds nieuwe bezoekers.’ Bewoners die het leuk vinden om een keertje te komen koken, zijn van harte welkom.
Buitenlands bezoek
De Wel houdt de drempel bij activiteiten laag, dus aanmelden is nooit nodig. Dat dat voor verrassingen kan zorgen, werd ooit duidelijk tijdens een feest voor Nowruz, Iraans Nieuwjaar. Totaal onverwachts kwamen er wel 1.000 bezoekers, zelfs uit België en Duitsland. Wat bleek? Op social media was het feest viral gegaan. Mona: ‘Alfred stond op een gegeven moment buiten het verkeer te regelen! Achteraf waren we ontzettend blij dat alles veilig was verlopen, want op die drukte waren we natuurlijk helemaal niet voorbereid. Een drama! Maar ook heel leuk.’
Op de vraag hoe ze zichzelf zouden omschrijven, valt het even stil. Dan zegt Mona: ‘Alfred is heel lief. Hij kan ook niet zo goed nee zeggen. En ik… ik geloof dat ik wel zorgzaam ben. Als ik ’s avonds naar bed ga en ik heb iemand kunnen helpen, voel ik me blij.’
Alfred en Mona zijn trots op hun kinderen, die het alle vier goed doen. ‘En op wat de vrijwilligers en wij met elkaar in De Wel bereiken voor de bewoners en de wijk, met weinig geld en middelen.’ Op de vraag wat Schenkel voor ze betekent, vormt Mona met haar handen een hart. ‘Een gróen hartje. Omdat het zo’n groene plek is.’ Voor Alfred is het de plek waar bijna zijn hele leven zich heeft afgespeeld.
Uit hun wens voor de wijk blijkt hun sociale hart. ‘In Schenkel wonen veel mensen uit veel verschillende culturen dicht op elkaar. Als iedereen elkaars leefstijl en cultuur respecteert en we houden rekening met elkaar, dan blíjft het een fijne wijk. Zeker als de gemeente en Havensteder goed naar de bewoners luisteren en niet alleen maar aanhoren.’
Fotograaf: Lutfi Uzun

